De tol van de taal

De tol van de taal. Polen die de veiligheidsinstructies niet verstaan en Spanjaarden die niets begrijpen van de machinehandleiding. Dat buitenlanders op de werkvloer kunnen zorgen voor communicatieproblemen, wordt steeds duidelijker. Maar wist u dat ook Nederlanders de voorschriften vaak niet begrijpen?Een Irakese vluchteling werkt hier als onderhoudsmonteur. Hij is erg dankbaar voor zijn baan. Zo dankbaar dat hij zijn werkgever nooit tot last wil zijn. Dat blijkt als op een dag de klep waarmee hij aan het werk is, losschiet en er LPG over de straattegels begint te stromen. In een uiterste poging om de schade beperkt te houden, stort hij zich op de lekkende slang – en loopt brandwonden op.
‘Die man had de veiligheidsinstructies nooit gelezen’.Dat kon hij ook niet, want er lag geen versie in zijn taal. Bovendien had zijn werkgever hem nooit duidelijk gemaakt dat hij eerst zijn eigen hachje moest redden, voor zich te bekommeren om de LPG.‘
Enquête
Dit soort ongevallen komt vaker voor. Zo vaak zelfs dat Lindhout besloot om er onderzoek naar te doen. Hij hield onder andere een schriftelijke enquête onder BRZO- en ARIE-bedrijven en analyseerde de resultaten. Begin mei zal hij er bij de Technische Universiteit Delft op promoveren.

Onderregistratie
Volgens Lindhout is er sprake van onderregistratie van taalproblemen. ‘In de bedrijven die ik heb onderzocht, veroorzaken ze zo’n  5 à 10 procent van alle ongevallen. Hoe dat zit met de rest van de Nederlandse industrie, weet ik niet, maar ik vermoed dat de verschillen niet erg groot zijn. En als je dan bedenkt dat er in die totale industrie ieder jaar zo’n 75 doden vallen en  3500 gewonden,  dan kun je ongeveer uitrekenen wat taalproblemen voor tol eisen: 7 doden en 350 gewonden. Met een slag om de arm dus.’
Oorzaak
Het probleem zoekt de slachtoffers op, zegt Lindhout. ‘Wie werken er vooral in gevaarlijke omstandigheden? Monteurs, magazijnmedewerkers, tankwagenchauffeurs. Vooral daar komen buitenlandse werknemers op af. En dus zie je vaak die Pool weer op een vorkheftruck rijden, in een magazijn vol gevaarlijke stoffen – zonder dat de werkgever nagaat of hij de veiligheidsinstructie echt heeft begrepen.’
Laaggeletterdheid
Maar denk nu niet dat al het gevaar alleen uit het buitenland komt. ‘Vaak zit het probleem niet zozeer in nationaliteit als wel in laaggeletterdheid’, zegt Lindhout. ‘Al krijgen mensen een veiligheidsinstructie in hun eigen taal, dan nog kunnen ze hem niet begrijpen. Omdat ze slecht lezen en schrijven. Natuurlijk komt dat in Polen vaker voor dan hier, maar dan wil niet zeggen dat Nederlanders er géén problemen mee hebben. Sterker nog: er wonen in ons land een half miljoen allochtonen die laaggeletterd zijn en maar liefst 1 miljoen autochtonen.’
Te moeilijk
Hier wordt volgens Lindhout veel te weinig rekening mee gehouden. ‘De helft van de instructies die ik tegenkom, zijn niet geschikt voor de doelgroep. Je ziet vaak veiligheidsvoorschriften op academisch niveau die zijn bedoeld voor LTS’ersEn dat terwijl die mensen vervolgens moeten gaan lassen in een besloten ruimte.  Heel gevaarlijk als ze dan toch maar hun eigen ideeën gaan volgen.’
Adviezen
Hoe kunnen werkgevers die problemen voor zijn? Lindhout: ‘Allereerst: probeer je niet alleen in te dekken tegen claims. Uit mijn onderzoek bleek dat 13 procent van de werkgevers de werknemer een handtekening laat zetten als bewijs dat die de veiligheidsinstructie heeft ontvangen. Daar los je niets mee op. Wat je veel beter kunt doen is zorgen voor heldere en simpel geschreven werkinstructies. En selecteer je nieuwe krachten alsjeblieft op voertaal. Ik heb bedrijven gezien waar er wel 10 talen werden gesproken. Dat is niet te managen. Wat mij betreft ligt het maximum op 2.’
Externen
Vaak is dit moeilijk te realiseren, erkent hij. Bijvoorbeeld als een bedrijf wordt bezocht door externen. ‘Ik heb gezien hoe een Russische chauffeur zijn chemicaliën kwam afleveren: in zijn korte broek en T-shirt. Dan heeft het weinig zin om die de veiligheidsinstructies te overhandigen, zelfs niet in zijn moedertaal. Dus wat deden de operators? Ze zeiden: ‘Blijf jij maar lekker in je truck naar de radio luisteren, dan laden wij de boel wel uit.’ Bron: ARBO nieuwsbrief 20 april 2010